#metoo

#metoo

 

In het licht van de gebeurtenissen in Amerika rondom #metoo, Jeffrey Epstein, zijn vrouwelijke handlanger Ghislaine Maxwell, de Harvey Weinsteins en vele rijke anderen, ben ik wat aan het denken geslagen. Ik twijfelde een beetje, want dit is tenslotte een site over beweging, en met name over mijn passie voor Alexandertechniek. Wat heeft dit met elkaar te maken? Ik denk eerlijk gezegd dat bewustzijn, zowel van lichaam als van geest, alles dus waar Alexandertechniek voor staat, zeer veel te maken heeft met hoe mensen in het leven staan. En daarom publiceer ik dit ook.

 

Er kwamen veel herinneringen in me op. Weerstand ook. Niet in de laatste plaats omdat ik weiger beschuldigende vingers uit te steken naar anderen. Ook niet naar mannen. Omdat ik inmiddels wijs genoeg ben om te weten dat een heel scala van dingen die gebeurden tegelijkertijd ook weer dingen waren die eigenlijk niet gebeurden. Omdat ik weet ergens zelf ook verantwoordelijk te zijn geweest. En die verantwoordelijkheid inmiddels ook wil nemen. Ook heb ik absoluut geen zin in discussies. Ik kan er niet tegen. Ik ben één van die mensen die overal, in elke mening, wel iets in ziet. En iedereen heeft dan voor mij gelijk. Ik vind dat verwarrend. Discussies kunnen dan misschien interessant zijn, mij maken ze in de war. Dus s.v.p. hier geen discussie. Dit zijn mijn persoonlijke ervaringen en overpeinzingen.

 

Maar goed, dit gezegd hebbende, waar zal ik beginnen? Mijn eeuwige zoektocht naar het begrijpen van mannen, hun seksualiteit. En de mijne. Misschien begon het met mijn moeder. Of vader misschien? Allebei dan maar. Een generatie die de oorlog van vlakbij had meegemaakt. Twee bange ouders. Een ouderwets huwelijk. Mijn rolmodellen. Een moeder die voortdurend zei ”Mannen zijn anders. Je moet ze soms gewoon hun gang laten gaan.” en een vader die riep: “Vrouwen zijn hoeren. Ze lopen met hun broek over hun arm achter je aan.” Ik kreeg een duidelijke boodschap als opgroeiend meisje.

Ik was een vaderskindje. Mijn vader en ik waren één. Tot ik in de puberteit kwam. Mijn ontluikende seksualiteit maakte mij kwetsbaar. Maar mijn vader ook. Elk verlangen naar de andere sekse werd onmiddellijk de kop ingedrukt. Jarenlang moest ik horen dat ik een hoer was als ik het waagde om een jongen leuk te vinden of het erover te hebben. Van een blij kind veranderde ik in een angstig onzeker meisje dat doodsbang werd van mannen. Mijn moeder waarschuwde me mijn vader niet in het harnas te jagen, gaf me een klap in mijn gezicht toen ik een keer lippenstift op had gedaan, met de woorden: “Je lijkt wel een hoer”. Ik wist niet wat een hoer was. Maar het was duidelijk een heel erge vrouw. En mijn vader liet me dat duidelijk merken. Ik had zelfs nog nooit een jongen gekust. Ik was doodsbang voor ze.

Op een avond met een vriendin liepen we naar huis vanuit een discotheek, we waren 14 of 15. Een grote groep jongens omsingelde ons. Één van hen greep mij tussen mijn benen en stak zijn vinger in me. We slaagden erin ons los te rukken en weg te rennen. Het was het begin van een periode vol aanrandingen en ongewenste intimiteiten. Op straat bij bushaltes stonden mannen te loeren, in trams legden mannen ongevraagd hun handen op me en pinden me vast zodat ik niet weg kon komen. Vaak werd ik bijna meegesleurd, omdat ik zo klein was, door groepen jongens die in mij een makkelijke prooi zagen. Mijn vriendinnen moesten mij dan vasthouden. Het was ook het begin van racisme in mijn omgeving. We werden toendertijd als meisjes gewaarschuwd voor “gastarbeiders”. Die waren gevaarlijk omdat ze geen vrouwen hadden. Ik durfde s’avonds de straat niet meer op.

Mijn eerste vakantie in Griekenland. Die oude man waar ik nietsvermoedend mee praatte terwijl ik achter mijn ouders liep, en die opeens keihard in mijn borsten begon te knijpen. Mijn moeder die later zei: “Ach, dat deed ie bij mij ook. Zo zijn mannen nu eenmaal”. Die andere getrouwde man die tegen mij zei: “I love you” (ik geloofde hem, ik was pas 16)  en me later in het toilet tegen de muur duwde en me begon te betasten. Weer een ander die me de bosjes in duwde en keihard in mijn lippen begon te bijten.

En toen die ene keer die Amerikaan uit die fantastische band in de kroeg waar ik altijd heen ging. Hij liet mij en iedereen duidelijk merken dat hij me leuk vond. Ik dacht dat hij verliefd op me was. Ik dacht ook dat ik verliefd op hem was daardoor. Die avond dat ik besloot op hem te wachten. Zijn beangstigende woede en de scheldpartij omdat ik nog maagd was. Dat ik een klein kind was. Hoe hij me uitschold en me begon te dwingen hem oraal te bevredigen. (ik was 17) Uit angst voor zijn woede heb ik dat toen maar gedaan. Een klein onschuldig meisje dat nog nooit een man had aangeraakt…..Het was de eerste keer. (“Mannen zijn anders. Je moet ze soms hun gang laten gaan”) Was dit sexual abuse? Erop terugkijkend meen ik te denken van wel. Natuurlijk heb ik heroïsch en stoer de schuld op mij genomen. Ik was een hoer…………het was mijn fout…………

Vaak heb ik ook sex gehad met mannen, omdat ik niet durfde te weigeren. Ik was bang dat ik al te ver was gegaan door met ze mee te gaan of ze te laten betalen voor een maaltijd, of welke andere reden dan ook. Ik vond er overigens niks aan, die sex die nergens over ging, alleen maar over hun bevrediging. (“zo zijn mannen nu eenmaal”) Ik denk dat ik inmiddels de hoer was geworden waar mijn vader mij voor aanzag. Ik was heel erg bang voor mannen, maar natuurlijk lag daaraan ten grondslag dat ik doodsbang was geworden voor mijn eigen sexualiteit. En als ik heel eerlijk ben dan denk ik dat die mannen daar toch ook niet zo heel veel aan konden doen.

 

Toen kwam het feminisme. Ik werd gegrepen door een heilig vuur. Ik las : “De schaamte voorbij” van Anja Meulenbelt. Ik liep mee met demonstraties en voelde me één met mijn zusters. En ik wist: dit is het, hier heb ik heel mijn leven op gewacht. Wij praatten in vrouwengroepen. Ik schreef gedichten voor een vrouwenkrantje. Wij vrouwen begrepen elkaar. Ik kwam terecht bij acrobatiek. Acrobatiek alleen voor vrouwen. Mannen werden geweerd. Mannen waren fout. Er kwam een razende woede in mij op toen ik het boek “Het bloedend hart” van Marilyn French las. Het was de schuld van mannen. Ik wist het zeker. Mijn toenmalige vriendje kreeg de wind van voren. De relatie hield geen stand. Het was zijn schuld allemaal. Hij was een man, het verkeerde ras. Arm kind.

 

Maar ja, tot er een andere razende woede kwam aanrollen. Een heftig feministische vriendin en haar omgeving begonnen mij te veroordelen. Ik droeg hoge hakken. Ik vond kleding leuk. Sexy kleding soms. Heel eerlijk gezegd vond ik porno soms ook opwindend. Ik viel op dominante mannen, geen softies, daar kon ik niets aan doen. Maar dat durfde ik natuurlijk niet te zeggen tegen mijn feministische vriendinnen. Ik kreeg dingen te horen als: “Ik wist niet dat dit soort vrouwen nog bestonden” en “Dit kan echt niet meer.” Kortom, ik realiseerde me dat ik het ene dictatoriale regime gewoon voor een andere had geruild. 

Dat betekende het einde van mijn feministische periode.

Ik geloof dat ik daarna maar Punk geworden ben.

 

Ik merk dat een stuk dat aanvankelijk geschreven werd in reactie op de wereld van #metoo, en de gebeurtenissen rondom de rijken die zich vergrijpen aan jonge meisjes, schrijvenderwijs andere interessante dingen en herinneringen heeft blootgelegd. Ik heb veel mannen gekend. Gekend en gehad. Nee, ze waren niet altijd even leuk, maar heel vaak waren ze dat ook wel. En de meesten, hoewel niet allemaal, hielden van sex. Ik ook. Met een verwrongen opvoeding als de mijne was het onontkoombaar dat ik verkeerde boodschappen heb uitgezonden. Mannen vonden mij er lekker uitzien. Natuurlijk. Ik kleedde mij er ook naar. Het was de tijd van topless op het strand, minirokjes en sexuele bewustwording. Mijn moeder werd dik nadat ze kinderen had gekregen en ze vertelde mij later dat ze dacht “dat dat zo hoorde”. Precies zo dacht ik over mijn manier van kleden. Ik dacht ook dat het zo hoorde. Ik dacht dat ik alleen maar interessant was voor mannen als sexobject. Niet omdat ik als persoon iets te bieden had. Achteraf, na jaren van zelfonderzoek, denk ik dat ik zélf de mannen als sexobject heb gezien, en niet als levende wezens. De meeste mannen konden daar helemaal niets aan doen. De meeste mannen zijn ook gewoon maar mensen. Wat ik dus dacht dat er gebeurde, gebeurde uiteindelijk alleen maar in mijn eigen hoofd.

 

Als alle mensen, mannen en vrouwen, inclusief mijzelf, in de gelegenheid waren zichzelf te onderzoeken en hiermee bedoel ik diep en volkomen eerlijk naar zichzelf te kijken, in rust, in stilte, in contemplatie, desnoods in wanhoop en verdriet het gevecht aan te gaan met al onze demonen, dan zou er heel misschien iets kunnen veranderen in ons collectieve bewustzijn.

Dan en alleen dan kunnen we misschien een begin maken met het verbeteren van deze wereld.

Laten we dat allemaal doen. Doe allemaal Alexandertechniek. Ik meen het. Het is een begin van bewustwording in een wereld die al veel te lang geregeerd wordt door geld, machtswellust en onbewuste mensen, mannen én vrouwen.

 

 

 

 

 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.